|
Alle
specificaties van de ACD pro3, 5, 10 en 30 op ‘n rijtje.
|
Bedrijfsspanning |
ACD pro3: 7–27 Volt gelijkspanning
ACD pro5, 10 en 30: 7-22 Volt gelijkspanning |
|
Stroom (continue) |
3A /
5A / 10A / 30A |
|
Stroom (piek) |
8A / 12A / 30A / 90A |
|
Polariteit |
Positief en negatief (omschakelbaar) |
|
Indicators |
Groene LED: Regelaar gebruiksklaar
Rode LED : knippert bij foutmelding |
|
Aansluitingen
Duiste versie met positieve aansturing |
3 bananenstekkers:
Rood = plus (Power) komt overeen met wit USA
Zwart= min (Break) komt overeen met rood USA
Geel = motor(Wiper) komt overeen met zwart USA |
|
Instelmogelijkheden |
Pot.meter1 (rood): remwerking
Pot.meter2 (grijs): startsnelheid / acceleratie
Pot.meter3 (trimmer): snelheidsbegrenzer (spanningsreductie)
Micro-Switch4: voorinstelling v.d. Wiper (zacht / progressief)
Micro-Switch5: omkering polariteit |
DE WERKING VAN ACD PRO’S
Anders
als bij alle andere regelaars, wordt in ’n ACD pro niet de hoogte van de
spanning geregeld maar de duur van de spanning. Hoe gaat dat in z’n werk?
Een motor die telkens met gelijke korte tussenpozen 12Volt en 0Volt baanspanning
krijgt zal met de helft van z’n maximum gaan draaien (effectief 6Volt). Hoe
langer 12Volt en hoe korter 0Volt per tijdseenheid, hoe sneller dit motortje zal
gaan draaien. Andersom: Hoe korter 12 V en hoe langer 0V, hoe langzamer.
Dit principe noemt men Pulse Wide modulation (in en uitschakelende pulsen van
verschillende lengtes per tijdseenheid (seconde))
Het effect van- en het grote voordeel van PWM?
Om zo hoger de frequentie waarmee de spanning telkens in en uit wordt
geschakeld, hoe krachtiger, nauwkeuriger en gelijkmatiger de motor zal reageren,
met name bij relatief lagere toerentallen! Gezien ACD pro regelaars met ’n
frequentie van 30Khz werken, hoewel 4 Khz meer gebruikelijk zijn, betekent dat
’n nóg wat rendementsterkere motor.
Mede
dankzij ’n verdere innovatieve ontwikkeling uit huize Yatronic: de regeneratieve
rem, bieden ACD pro regelaars nog meer voordelen.
Normaliter werkt ‘n rem als volgt: De motor wordt kortgesloten zodra de
Trigger/Wiper op z’n nulpunt is aangekomen. De in de motor opgewekte
inductiespanning kan dan nergens meer heen. De motor remt hierdoor.
ACD pro regelaars met regeneratieve rem benutten de inductiespanning die ook al
vrijkomt zodra de Trigger wordt teruggenomen naar ’n lagere stand. De in de
motor opgewekte spanning wordt daarvoor naar de trafo teruggeleid waarna de
motor afremt, totdat de lager ingestelde stand (spannings-waarde) is bereikt. Hoe
dat precies werkt en wat er in de trafo dan gebeurt laten we hier weg omdat we
anders té ver de elektriciteits-leer in zouden moeten duiken.
Het resultaat
hiervan is in ieder geval dat op elke snelheidsvermindering meteen ook de
remfase volgt. Bijkomend voordeel is, dat men er gelijkmatiger mee kan remmen.
Dit kan - zoals bij het accelereren ook - de kans op doorslippen verminderen.
DE
MICRO-CONTROLLER, het brein van de ACD pro.
Het
brein, ‘n kleine Chip van amper 12x7x1,5mm, feitelijk ’n digitale processor
vergelijkbaar in ‘n zakcomputer, krijgt alleen maar rekenwerk voor z’n kiezen.
Hier wordt alles wat er in de regelaar gebeurt in juiste banen geleid en
bewaakt. De Micro-controller heeft dan ook tal van (be)sturende functies.
De Micro-controller.
Het
begint met ’n klein, op de printplaat geïntegreerd sensortje als ontvanger en
zoiets als ‘n zendertje in de Wiper die het de Micro-controller mogelijk maken
de exacte stand van de Wiper/Trigger vast te stellen. Dit dus zonder dat er
überhaupt ’n elektrisch of mechanisch contact tot stand komt.
De stand van de
Wiper wordt voortdurend door de Micro-controller afgevraagd, nu maar liefst
8.000.000 keer per seconde(8Mhz).
Vervolgens wordt het PWM signaal aan de uitgang
(de effectieve rijspanning naar de motor mee bedoeld) vergeleken met de in de
chip vóór-geprogrammeerde parameters.
Indien de stand van de
Wiper nu veranderd, registreert de Micro-controller dat en wordt het PWM signaal
(de rijspanning) nagesteld tot die weer precies overeenkomt met de in de
Micro-controller voorgedefinieerde parameters. De auto zal dus overeenkomstig elke
willekeurige stand van de Wiper altijd prompt op de uitkomsten van alle
rekenwerk reageren.
Het grote voordeel van deze indirecte motoraansturing is, dat deze op zichzelf
staand is. Het maakt de regelaar daardoor niets uit welk type motor aangedreven
wordt. Hij reageert/stuurt altijd hetzelfde.
Met de enorme snelheid waarmee dit alles gebeurt is misschien ook wel
voorstelbaar dat de micro-controller de capaciteit heeft om ook alle andere
processen zelfstandig te interpreteren, bij te sturen en te bewaken. In gevallen
er langere tijd waarden gemeten worden die buiten de toelaatbare grenzen liggen
- te hoge motorstroom bijvoorbeeld - stuurt de Micro-controller dit bij tot ’n
voor de regelaar veilig niveau is bereikt. Als rijder zou je dit kunnen merken doordat
je Slotcar langzamer wordt. In gevallen het helemaal mis gaat - hier moet men
denken aan: kortsluiting, overspanning of verkeerd aansluiten van de regelaar -
schakelt de regelaar zelfs helemaal uit en blijft die ook uit totdat verholpen
wordt wat er mis is.
Alsof deze maatregelen nog geen beveiliging genoeg zijn, zitten in ACD pro
regelaars nog (deels automatische) zekeringen, die zowel aan de ingangzijde als
aan de uitgangzijde van de regelaar zijn tussen geschakeld om extra bescherming
te bieden.
Oh ja,
de nadelen hebben we nog niet behandeld!
ACD pro regelaars zijn niet geschikt voor racebanen met 2 draad besturing
(zonder rem)
Thats it! "PUNT" Nou ja, omdat de meeste hier wel
niet meer mee zullen rijden, zal dit ook wel geen PUNT zijn!!
Daarnaast kan het soms wel nog nodig zijn de baantrafo uit te rusten met aan de uitgangszijde
‘n elektrolytische condensator van voldoende capaciteit of moet de trafo in een
grondlast voorzien. Één van deze voorzieningen is namelijk nodig om hier de al eerder
genoemde remenergie optimaal in te kunnen verwerken.
Dit klinkt wellicht weer erg technisch, maar ’n korte uitleg maakt duidelijk dat
het niet nodig is om hier ’n groot PUNT van te maken.
Normaliter worden condensatoren, feitelijk ’n soort accu’s/buffers gebruikt om
plotselinge spannings-schommelingen op te kunnen vangen. Ongeveer dezelfde
functie vervult ‘n geïnte-greerde grondlast. De betere, met name regelbare,
gestabiliseerde netvoedingen, zijn hier al mee uitgerust. Geen punt dus!
Zonder zulke buffers – met name bij “eenvoudige” racebaantrafo’s het geval –
kán het dan zijn dat de regeneratieve rem niet optimaal werkt. Maar niet
getreurd!
Dan is het al voldoende als je aan zo ‘n trafo tevens nog de baanverlichting op
aansluit. Heb je dat al, heb je op die manier gelijk al de grondlast
gecreëerd die nodig is om optimaal gebruik te kunnen maken van de regeneratieve
rem. Heb je geen baanverlichting? Zet er dan op ’n verborgen plekje gewoon ’n
klein autolampje tussen van 12 Volt/2Watt. Ook dat werkt prima! Meer over dit
onderwerp:
www.yatronic.de!
DE TEST en CRITERIA
We hadden ’n uitgebreide test met 1 ACD pro5 regelaar en meerdere Slotcars en
motoren gepland! Maar hoe en waarmee ’n ACD pro testen of vergelijken én op
welke baan!?? (Door verhuizing en werk zijn we onlangs pas met de
voorbereidingen voor de bouw van onze nieuwe testbaan kunnen starten)
De oplossing!!
Overtuigd dat we waren door alle verhalen, uitleg en demonstraties bij Yatronic
hebben we er zelf ’n ACD pro5 bijgekocht; zijn we in het Belgische Diepenbeek
en Halen gelijk op 2 banen gaan testen en; hebben we ’n ervaren rijder erbij
betrokken die op beide banen goed thuis was.
Onze
opgave zou er in gaan bestaan:
1)
Na te gaan of beide regelaars
ook zouden functioneren zoals gelezen én zoals door de
heer Yahya uitgelegd en gedemonstreerd.
2)
Na te gaan hoe
de regelaar op de verschillende meegebrachte motoren (Slotcars) zou reageren.
3)
Welke resultaten onze
testrijder met ’n ACD pro op ’n vertrouwde baan en auto kon behalen ten opzichte
van z’n eigen, professionele regelaar.
Uiteraard hebben we beide regelaars eerst elk naar onze eigen voorkeur ingesteld. Dat
ging vrij gemakkelijk. Natuurlijk was het daarna wel nog wennen, met name aan de
regeneratieve rem: We waren alle twee geneigd nogal vroeg te remmen.
Maar na slechts ’n kwartiertje hadden we ook de rem, kortom de voor elk van ons
optimaal ingestelde regelaar aardig in de vingers. Opvallend: de geruisloze,
bijna weerstandloos bewegende drukker. Daardoor voelde de bij de Parma behorende
trekveer wat slapjes. Naar ons gevoel had die dus wel wat strakker gemogen.
Op de
Ninco baan reden we mét magneet, De houten baan was magneetloos.
De achter de Trigger/drukker aangebrachte Micro-switch voor acceleratie kwam bij
alle motoren op “zacht” te staan. Het grijze, op de regelaar aanwezige
acceleratieknopje zelf, ging naar 'n overwegend minimale stand. Op de houten
baan bleek later de baanspanning wat aan de hoge kant te zijn geweest.
Mede door de lagere
rolweerstand van de Slotcars op de
zeer bochtenrijke
magneetloze baan
veroorzaakt, moest het acceleratieknopje daarom naar de uiterste minimale stand.
Qua regelkarakteristiek maakte het de regelaar verder niet uit welke
motor (Slotcar) aangesloten werd.
Naargelang het type motor - met name de
remwerking daarvan - bleek de remknop de enige belangrijke te zijn. Bij ‘n voor
de houten baan eigenlijk té snelle auto, bleek ook ‘n bijgestelde spanningsknop (achteraf
gemeten baanspanning van 14 naar 12 Volt) goede resultaten op te leveren: De
rondetijden veranderden nauwelijks, de auto reed prettiger en werd baanvaster
(beter controleerbaar)!
Afgerond hebben we dit gedeelte van de test op de houten baan met ’n 225 gram
zware en sterkere maar ook langzamer accelererende 1 op 24 Slotcar. De
acceleratieknop kon nu dus ook naar boven bijgesteld worden. De remknop werd uiteraard
naar maximaal gedraaid. De verbeterde remwerking t.o.v. de andere meegebrachte regelaars was met
name voor Ton als onze enige 1 op 24 rijder, ’n kleine openbaring.
Bij het
laatste gedeelte van de test hebben we Chris Bruyninx, die bereid was aan onze
test mee te werken, met ‘n ACD pro laten rijden.
Chris, woonachtig in Hasselt, lid van het Otoclubke én tevens mede-eigenaar van
de 2e houten baan waarop wij getest hebben, had vooraf al te kennen gegeven ’n
voorstander van transistor-regelaars te zijn. Dit omdat deze regelaars in de
onderste helft nogal tolerant reageren, in het begin dus ’n min of meer vlak
oplopende spanningscurve laten zien. Bij ’n ACD pro is die curve wat
rechtlijniger, dus ook wat steiler.
Opvallend was dat Chris de ACD pro toch snel in de vingers kreeg. Opmerkelijk
zelfs dat Chris zonder dat hij er erg in had, al na ca. 10 minuten de tot daar aan
toe snelste tijd op de Ninco baan van het Otoclubke klokte. Op de magneetloze
houten baan, met z’n vele trickie bochten, duurde het uiteraard langer,
maar ook hier sneuvelde de snelste rondetijd van de avond.
Chris, die beide banen het beste kende, en met z’n fijn gedoseerde vinger ook nog
het snelste met de ACD pro overweg bleek te kunnen, gaf aan het einde van onze
lange testavond te kennen dat zo 'n digitale controller ook wel wat voor hem kon
zijn!
Met name
door het rijden op de houten baan met z’n vele bochten is ons het volle
potentieel duidelijker geworden, dat ’n ACD pro iedere rijder kan bieden. We
hebben namelijk allemaal wel geleerd gedoseerd gas te geven, maar hebben nooit
hoeven te leren, de drukker ook gedoseerd los te laten. De winst, die men met
deze nieuwe rijstijl kan behalen, zal niet te versmaden zijn.
SAMENVATTING en CONCLUSIE
De verhalen, die ons meer dan 2 maanden geleden voor het eerst ter oren waren
gekomen,
blijken inderdaad op
waarheid te berusten.
Ook wij hebben deze avond al proefondervindelijk kunnen vaststellen waar 'n ACD pro je
heen kan brengen.
Buiten kijf blijft
dus, dat iedere rijder een persoonlijke voorkeur voor ’n type regelaar
heeft: mechanisch-, diode- of transistorregelaar. De ene zal dan ook meteen
weglopen met ’n ACD pro. De ander zal eerst nog moeten wennen of went er
misschien nooit aan.
Beide door ons geteste ACD pro5, helemaal identiek aan elkaar, werkten perfect
en waren probleemloos in te stellen. Ze lagen ons heerlijk aan de vinger, hoewel
wat ons betreft, de trekveer wat strakker had gemogen. Maar ook dat is
natuurlijk 'n persoonlijke voorkeur.
De belangrijkste punten
nog 'n keer op 'n rijtje.
- ACD pro regelaars vallen qua regelkarakteristiek tussen diode- en
transistorregelaar in. Naargelang de instelling “progressief of zacht” wordt -
ongeacht het type motor - bij ‘n half ingedrukte regelaar maximaal 50%,
respectievelijk 75% van de rijspanning bereikt.
Naar onze mening en inschatting is dat ideaal voor degenen die twijfelen tussen
die twee.
Ben je alleen maar bekend met mechanische regelaars? Lees dan
regelaars
eens, om er langs die weg misschien achter te komen of 'n ACD pro iets voor jouw
kan zijn.
- Bij het rijden met
-met name magneetloze- "1op32 Slotcars” echter kan, naargelang de motor sneller en de
baan bochtiger wordt, ’n ACD pro wat agressief aanvoelen. 1op32 Rijders, die ’n
regelaar met ’n hoge weestand de voorkeur geven, zouden dat als nadelig
kunnen ervaren.
Naast dat de baanspanning dan verlaagd kan worden, biedt de geïntegreerde spanningsknop in ieder geval uitkomst.
Ook die mogelijkheid namelijk,
is nieuw binnen racebaanland.
|