|
|
|
BANDEN EN BANEN
|
Bandjes kunnen het verschil uitmaken tussen winst en verlies! Niet voor niets
wordt er voor een belangrijke wedstrijd soms koortsachtig naar de beste bandjes gezocht.
Überhaupt wordt er dan wel eens over getwijfeld welke bandjes voor welke racebaan het beste geschikt zijn.
En mede hierdoor veroorzaakt gaan de meningen erover uiteen wat nu een goede
baan uitmaakt, wellicht het beste merk is! Hier begint Baanbrekers...
...Op de doelgroep afgestemde kwaliteit
Ook al voldoen racebanen niet allemaal aan dezelfde eisen, het merendeel der
merken is van goede kwaliteit. Zo zijn er 'n
stuk of 4, 5 racebaanmerken die naast een uitgebreid assortiment beslist ook
"waar voor hun geld" bieden én die
naast elkaar ook prachtig kunnen bestaan.
Een baan van merk 'X' voor - we noemen het maar even - "de instapklasse"
zal bovenal een
stootje moeten kunnen verdragen. Zo 'n baan wordt heel wat keertjes op en afgebouwd,
er wordt mee geschoven en tegen gestoten.
Racebanen voor deze groep moeten dus tegen zulk soort zaken
bestand zijn.
Een racebaan van merk "Y", een baan voor permanent en/of professioneler gebruik
- een clubbaan bijvoorbeeld - kan daarom gerust wat minder robuust uitgevoerd
worden.
Uiteraard zijn er nog tal van andere zaken van belang, maar bovengenoemde aspecten geven al een paar indicaties
waar het de
fabrikant om zal gaan, zelfs om zal moeten gaan...
In termen van fabrikanten wordt er over op de doelgroep(en) afgestemde
racebanen gesproken. Zo worden afhankelijk van de doelgroep(en) en de
gewenste eigenschappen waaraan een racebaan aan moet voldoen, de materialen gekozen waarvan
later alles wordt
gemaakt.
Denk maar eens aan de vormvastheid
en breukgevoeligheid van hard- cq zachtplastice baan-stukken; aan buigzame, al dan niet roestvaste stroomgeleiders en
dus ook aan diens mag-netische eigenschappen en in diezelfde context ook aan de oppervlaktestructuur van
de baan.
Heel simpel uitgedrukt doen fabrikanten dus niets anders dan bepaalde kwaliteiten
afstemmen op de doelgroep(en) die ze willen bereiken.
Aan ons is het tussen de diverse aanbieders te kiezen. Niet eens
zo gemakkelijk en wordt dat zelfs bemoeilijkt doordat A: sommige fabrikanten
ook graag nog met de
gripeigenschappen van hun racebaan pronken en B: wij daar zelfs zóver in
meegaan dat we zelfs alle racebanen daaraan trachten te meten.
Op de eerste plaats; kan dat dus niet zomaar; en op de tweede plaats is het dan
ook niet zó vreemd dat men erover twijfelt, welke bandjes dan nu voor welke
baan het beste geschikt zijn. Want, en daarmee onthouden we voor dit moment
gewoon even:
Bandjes bieden en vinden grip... om zo meer weerstand de baan biedt!
Als het om grip gaat dan zijn de bandjes (en ook de rest van de auto) dus véél
belangrijker.
Maar de verschillen in grip zijn per baan soms opmerkelijk
groot.
Hoe groot, hoe dat komt en waar dat in zit? Een praktijkvoorbeeld leidt dit in!
Stel je hebt ook al eens meegemaakt dat een slotcar van je op je eigen baan
wél grip had maar op
’n andere baan véél minder. Vreemd want je hebt geen idee hoe dat komt!
Je wisselt de bandjes uit tegen
andere en stelt vast dat je auto weer goed met de rest kan meedoen.
Lag het aan de baan of aan de bandjes?
Vervolgens kom je op een
baan terecht waardoor je inmiddels beste paard op stal zich toch weer als
’n koppige ezel gedraagt. Het is notabene hetzelfde merk baan als waar je
thuis ook op rijdt. Je oorspronkelijke bandjes willen wel helpen, maar
snelle rondetijden zitten er evengoed niet in. Verwarring compleet!??
Wat hierboven wordt geschetst komt in de praktijk veel vaker voor dan
je misschien denkt. In dit soort
situaties is men dan ook al snel geneigd, het gedrag van de auto aan de baan of
bandjes te wijten.
Maar zulke verwarringen zijn dus niet nodig want deze wisselende prestaties
komen voort uit 'n relatie die tussen band en baan bestaat. Dit vreemde
fenomeen gaan we "de wisselwerking tussen band en baan"
noemen.
Om nu zowel letterlijk als figuurlijk "grip" op dit fenomeen te
kunnen krijgen, gaan we uit de doeken doen hoe dat met die wisselwerking zit
teneinde duidelijk te krijgen welke bandjes
voor welke baan het beste geschikt zijn.
TOP
|
|
|
Banen en oppervlaktestructuren
Racebanen kunnen voor te beginnen in 3 groepen ingedeeld worden:
-
Groep1
banen wier oppervlak er in
verschillende gradaties wat ruw uitzien; ’n beetje als schuurpapier
aanvoelen met korrels van grof tot fijn. De baan is in staat eventuele te geringe grip van de
bandjes te compenseren.
-
Groep2
banen: deze zien er veel gladder uit
en voelen ook zo aan. Het lijkt alsof ze maar weinig grip zouden hebben. Toch
is dat niet zo, maar zal de baan te geringe grip van de bandjes wel minder
kunnen compenseren.
-
Groep3
banen, de geroemruchte houten banen zijn
afgezien van ’n heel fijne oppervlaktestructuur, absoluut glad. Bij deze
banen spelen bandjes, maar ook de rest van de auto een belangrijke rol. Hier
staat echter tegenover dat men op geen enkele andere baan zóveel uit
’n Slotcar kan halen.
Eenmaal onder de loep
genomen, wordt goed zichtbaar hoe dat bij deze 1e 2 zit:
Wat bij de baanstukken uit groep1 zo’n beetje uitziet als dicht naast
elkaar gepropte, bijna scherpkantige kegeltjes,
ziet bij groep2 uit als een min of meer
vlakke, overlappende noppenstructuur.
Groep 3 banen laten we verder
buiten beschouwing.
|
|
|
Wisselwerking: Hóé, en vooral hoe stérk beïnvloeden
‘band en baan’ elkaar dan!?
Dat kunnen we het beste van de 1op1 racesport afkijken want daar is het tot op
één grote uitzondering na, niet anders. En deze ene uitzondering zal straks
dan ook hét grote verschil gaan uitmaken, de wisselwerking aantonen!!
Maar alvorens daar op in te gaan eerst nog iets anders vooraf om duidelijk te kunnen maken
hoe gevoelig een Slotcar vaak ook reageert zonder dat we daar echt bij
stilstaan.
Aangezien Slotracing een
hobby/sport voor binnen is zijn we al snel geneigd aan te nemen dat we altijd
onder droogweersomstandigheden rijden. Dat is echter een misvatting want we hebben,
net als in de racesport ook, wel degelijk met de nadelige invloed van ‘water
op de baan’ te maken!
Aangenomen namelijk buiten is het koud, in ieder geval vochtig weer, dan zal de
relatieve luchtvochtigheid in de ruimte ook hoger zijn. Maar al te vaak staat ’n
baan bovendien in een slechts periodiek verwarmde ruimte.
Wat er nu gebeurt als je de radiatorkraan opendraait is, dat waterdamp in de
opwarmende lucht op de nog steeds koude baan neerslaat (condenseert). Je ziet en voelt het
niet, maar ga je dan al met de auto de baan op dan zal die zich totdat de
baan ook opgewarmd is anders gedragen, minder grip hebben.
Zoals op een echt circuit ook kan het dus gebeuren dat we met omstandigheden
te maken krijgen die het rijgedrag van onze auto aanzienlijk beïnvloeden. Zoals
hierboven geschetst gebeurt er wel degelijk iets, maar kunnen we niet waarnemen (zien, voelen)
of direct verklaren wat er gebeurt. Daarom is het belangrijk om op kleine
veranderingen te letten en ook op dingen zoals ze navolgend beschreven worden, als het ware van groot naar klein te vertalen.
1)
Op Slicks rijden is altijd de
beste keuze!? (mits het natuurlijk droog weer is)
Ja, want hoe groter het contactvlak tussen band en baan, hoe meer
energie (lees warmte) de band kan opslaan! Dus hoe relatief dan ook, want die
warmte zullen wij amper waarnemen: energie/warmte wordt omgezet in grip!
2)
Met Slicks op ‘n baan met een
fijne oppervlaktestructuur zal onze auto beter presteren!? Inderdaad,
want ook hier geldt wat onder (1) ook al gold: Het totale oppervlak van een band dat contact met een min of meer vlakke baan maakt is groter dan dezelfde
band op ’n ruwe baan!
Ook al zijn onze bandjes 32 keer kleiner, het
effect is niet anders.
3)
Bandensporen (rubber op de ideale
lijn) zijn gripbevorderend!? Klopt ook!
Net zoals op ’n echt circuit hebben
we op onze racebaan met soortgelijke bandensporen te maken, echter zie je… en voel je dat niet altijd.
|
|
Wat hierboven vanuit de racesport met Slicks
wordt beschreven kunnen we bijna 1op1 vertalen naar onze racebaan: Naarmate de structuur van de baan fijner/dichter, de baan feitelijk dus vlakker/gladder wordt,
zullen Slicks
steeds beter presteren. Precies andersom geldt dat voor
profielbandjes, die dan dus steeds minder zullen presteren.
Nu weer even we naar punt 3 van hierboven, naar hetgeen we niet altijd
"zien en voelen"...
|
|
DE
CLOU: het grote verschil
In tegenstelling met de 1op1
racesport waar men uitsluitend en alleen op rubber rijdt, rijden wij allang
niet meer alleen op rubber! Naast rubber rijden we namelijk ook nog op "polyurethaan",
ook wel bekend onder de afkorting PUR of PU). En we rijden nog
op Siliconen.
De oorzaak van "wisselwerking" en wat bij vele racebaanliefhebbers
dus vaak al voor de nodige verwarring en frustratie
heeft gezorgd is, dat als er door vele
rondjes eenmaal rubber op de baan (de ideale lijn) ligt, je dan niet veel aan dat rubber hebt als je er vervolgens met PU- of Siliconen-bandjes op gaat rijden!
En ook andersom natuurlijk is dat niet anders!!
Het is en zal wel altijd een vreemd fenomeen blijven want de baan biedt dan, soms wel
'n paar honderd rondjes lang, geen optimale grip meer.
|
We hadden voorheen onthouden:
Bandjes bieden en vinden grip... om zo meer weerstand de baan biedt!
Dat moet nu dus worden:
Om zo meer bandenmateriaal er op den duur (dus van één en dezelfde
bandensoort)
aan het baanoppervlak blijft hechten om zo meer weerstand zal de baan
bieden en om zo
meer grip zullen ook onze bandjes vinden! Dit effect wordt om zo groter, hoe vlakker/gladder het
baanoppervlak is!
Wie nu denkt dat juist een ruwere baan meer weerstand of zelfs grip zou
bieden, daarover is te zeggen dat er ook op een ruwe baan natuurlijk
bandenmateriaal aan het baanoppervlak blijft hechten, maar is het
contactvlak tussen band en baan kleiner... en kan het effect van
verhoogde grip daarom ook nooit zo groot worden. Wel is het zo dat een
ruwere baan van zichzelf iets meer weerstand biedt (grip heeft). Maar
dat tenslotte... zegt dan toch weer méér iets over de baanfabrikant en de
doelgroep(en) die hij wil bereiken.
Dit vreemde fenomeen hoeft dus niemand meer te verwarren want het weten
hiervan en/of de eventuele afspraak met anderen waarom.. en met welke
bandjes er voortaan op jouw baan gereden gaat worden, maakt dat je met
z'n allen veel meer raceplezier kunt gaan beleven.
Gezien bandjes, dus ook velgen in grootte
genormaliseerd zijn is het verder ook geen groot probleem om indien nodig
van bandjes te wisselen.
TOP
|
|
Banen
en Slotcars
Slotraceauto's worden in grote aantallen op de markt gebracht. Dankzij modernste
machine- en uitgekiende assemblage-technieken is het mogelijk de uit vele onderdelen vervaardigde
auto's zeer nauwkeurig en relatief snel te produceren. Dan nog is dat geen garantie
ervoor dat er geen kwaliteitsschommelingen of
afwijkingen in kunnen zitten. Die kunnen altijd optreden. Het is zelfs
vrij normaal en bepaalt dat ook in grote mate de prijs voor zo'n auto.
Natuurlijk zijn er verschillen tussen de onderlinge merken want wat
hierboven ook al voor kwaliteitsaspecten van banen gold, geldt net zo voor Slotcars: In de ene auto zit maar weinig techniek en kan er dus ook niet
veel stuk gaan. In de andere auto zit veel meer techniek en kan er
zogezien ook meer stuk gaan maar... biedt zo 'n auto de meereisende en/of gevorderde rijder
natuurlijk ook weer meer mogelijkheden. Ook bij Slotraceauto's gaat het de fabrikant
dus voornamelijk
weer om de doelgroep(en) die hij wil bereiken.
Toch is hier nog aan toe te voegen dat men soms zelfs opmerkelijke
verschillen in uitvoering van bepaalde onderdelen of in precisie van samenbouw kan
vaststellen. Om zo opmerkelijker is het dan ook dat de kwalitatief betere
en/of in technisch opzicht verder doorontwikkelde auto's over het algemeen net zo duur zijn dan
andere auto's.
Kortom is het aan te bevelen niet alleen op het uiterlijk af te gaan,
maar de auto ook eens aan een inspecterende blik te (laten) onderwerpen, eens
goed aan de tand te voelen... én als dat kan, aan de hand van een
proefrit een oor te luister te leggen
alvorens tot koop te besluiten.
Hoe dit laatste is bedoeld, dat wordt zo meteen vanzelf duidelijk?!
|
|
|
Hoe dan ook! Door op soms maar kleine afwijkingen te gaan letten,
die zoveel mogelijk weg te nemen, kan men al beduidend meer uit een Slotcar halen.
Een noot van onze zijde: Voor ons is het altijd weer
genieten, te zien hoe een auto merkbaar beter gaat presteren door
enkel wat sleutelen, vijlen, slijpen, schuren, plakken enz..
Men staat er niet zo bij stil, maar in feite is dit óók al 'n
stukje Tuning. Met onze persoonlijke 'noot' hebben we dan ook al willen aangeven dat men al met relatief weinig hulpmiddelen en
gereedschap heel wat kan bereiken. De onder wedstrijdrijders vaak
gebruikte, met al dure Tuningonderdelen zijn lang niet altijd nodig.
|
|
Baan en autogeluiden: "een
oor te luister leggen"
Men hoort racebaanliefhebbers wel eens
klagen over lawaaierige racebanen.
Racebaangeluiden worden veroorzaakt door vibraties van
de auto die via de bandjes naar de baan worden overgedragen. Ligt de
baan ook nog ‘los’ op een dunne, mogelijk niet vlakke ondergrond
dan is het vaak nog erger: baanstukken veren plaatselijk door, de
ondergrond gaat meetrillen, de baan gaat als een klankdoos werken. Niet veel anders is dat met de auto, die door trillingen als een geluidsversterkertje gaat
fungeren.
De boosdoeners!? Bandjes, maar ook velgen die niet altijd
even rond zijn; loszittende motoren; geen goede tandwieltjes dan wel
minder goed op elkaar afgestemde
tandwieloverbrengingen en speling in lagertjes of geleidingsbusjes!
We pikken voor dit moment alleen even de 2 belangrijkste eruit: velgen en
bandjes.
Wielen die in onbalans zijn verliezen al snel het contact met de baan.
En dat kun je soms duidelijk horen. We kunnen hier dan ook al van
afleiden dat, een
lawaaierige auto minder grip zal vinden dan een auto die min of meer geruisloos
zijn rondjes aflegt.
De vertaling waar het hier om gaat: van vibraties - dus van
racebaangeluiden of ook autogeluiden - af te leiden hoe het om de
prestaties (balans) van de auto
gesteld is!
Magneten
Magneten zorgen voor de nodige grip, in feite voor neerwaartse druk op
de baan.
Een magneet kan met Slotcar en al tot zo’n 300 gram én zelfs meer op
de baan brengen. Dat is bijna het viervoudige van wat menig 1/32 Slotcar
zonder magneet weegt. Logisch dat een auto dan, zelfs ondanks alle
onbalans, grip vindt.
Erg jammer is nu dat door een magneet vaak alles andere een
ondergeschikte rol gaat spelen, hoewel dit toch juist andersom zou moeten zijn omdat we anders ook nooit alle antwoorden
zouden kunnen vinden hoe we het optimale uit een Slotcar kunnen halen.
Bovendien kleven er aan het rijden met magneet nog een aantal nadelen
waaronder een hele belangrijke, het plotselinge gripverlies in een bocht
tijdens een drift naarmate de magneet minder breed en verder naar
achteren op het chassis gemonteerd zit. Dan
kan het zelfs gebeuren dat van eerder genoemde 300 gram totaalgewicht niet veel meer overblijft dan het eigengewicht van de auto.
Dit nadeel, zo zullen we nog zien, kunnen we ook in ons voordeel ommunten.
TOP
|
|
Van auto uit de doos
tot baanbreker
|
|
Zoals uit het bovenstaande
al iets duidelijker wordt - althans willen we daarheen - hoort het zo te zijn
dat zowel baan als auto als bandjes één geheel vormen. Of minder streng
genomen: Hoe meer alle drie als het ware één geheel vormen, om
zo beter de prestaties van de auto.
Alle drie komen dan ook in diezelfde volgorde aan bod...
De baan
Een goede baan begint in feite al bij de ondergrond, de tafel dus waarop
de baan rust.
Hoe je een goede tafel voor een vaste baan bouwt, kun je - nog door Gerard
geschreven - nalezen in “Racebaanweetjes”.
Bij de ondergrond van de tafel echter is het vooral nog van belang om voor voldoende
horizontale ondersteuning te zorgen (regelwerk). Dat voorkomt doorbuigen en
"kruip" en maakt de baan duurzamer.
Kruip (kruipen van hout) wil zeggen: blijvend doorbuigen onder invloed van
een last, soms niet meer dan het eigengewicht. Wisselende
vochtigheidsgehaltes en temperaturen versterken cq versnellen het effect
van "kruip". Dikker hout en een stevigere onderbouw werkt kruip tegen!
Daarom is MDF houtvezelplaat van 12mm beter dan 9mm. Iets duurder en
iets beter is multiplex van 9 of 12 mm. Dus ook regelwerk (dwarsliggers
van b.v. b=22 x h=69mm) ter ondersteuning van deze platen is duidelijk beter dan
regelwerk van 22 x 44mm.
Zo vang je zo te zeggen ook meteen 3 vliegen in één klap want 1: een
massievere, stevigere onderbouw voorkomt doorveren en "kruip" en is
dus duurzamer; het helpt 2: geluid te beperken en 3, de
belangrijkste: Een stabiele,
trillingsarme baan biedt meer grip!!
(denk maar weer aan contactverlies
tussen band en baan)
Asjes, velgen en bandjes
Om nu vibraties en dus ook racebaangeluiden te beperken moeten
bandjes vooral rond zijn. En het is inmiddels wel duidelijk: Alleen een
Slotcar met ronde
bandjes zal optimale grip vinden!!
Daarom controleren we… Nee, niet de bandjes! Omdat aandrijfassen
krom kunnen zijn en alles andere daardoor óók in onbalans raakt, altijd
eerst aandrijfas en velgen controleren!
In de meeste gevallen zal het
echter niet veel meer zijn dan ’n combinatie van onronde bandjes en
velgen. Velgen zitten soms niet centrisch of iets scheef op de as.
Of nog vaker is het slechts ’n oneffenheid, ‘n restje van de
spuitmal op het loopvlak van de
velg waardoor ‘n bandje niet rond lijkt te zijn.
Kortom: as en velgen op onbalans controleren kán menig bandje schuren
overbodig maken, in ieder geval aanzienlijk helpen te beperken.
|
|
Heb je een
lawaaierige auto beter gezegd, een sterk vibrerende auto, begin er dan
mee de asjes te controleren en daarna de bandjes, zonodig eerst de velgen zuiver
rond te schuren. Je zult merken dat het geluidsniveau daalt. Maar belangrijker nog is,
dat de auto meer grip zal vinden.
Wees vooral niet bang de
kantjes van de bandjes af te ronden want teveel afronden
bestaat bijna niet. Door het voldoende afronden van de
kantjes zal de auto veel minder tot baanhappen (onverhoeds kantelen in
bochten) of stuiterend driften neigen.
|
Bandjes prepareren
Er zijn ’n aantal varianten om bandjes
en ook velgen rond te schuren. Dat kan b.v. met een speciaal
bandenschuurmachinetje, het kan met een Dremel of boormachine en het kan
op de wel gemakkelijkste, maar tegelijk ook iets gewaagdere manier, die
op de auto zelf. Let hierbij namelijk altijd op een rechte aandrijfas, maar
ook op speling in de lagers (busjes etc) van de aandrijving.
Tip: een anders onbruikbaar chassis met motor kan nog goed dienst
doen als schuurmachientje.
Afhankelijk van het
type band kan schuren ’n moeizaam klusje zijn.
Vooral als het niet lijkt te vlotten, oefen dan niet méér druk uit op
’n bandje. Een bandje kan zijn warmte namelijk niet zo
snel kwijt, kan daardoor zelfs verbranden of smelten. Het schuurpapier gaat
dichtzitten, schuren gaat nog moeizamer.
Tip: kartonnen nagelvijltjes, verkrijgbaar in diverse korrelsterktes
en o.h.a. zeer scherpkantig, zijn ideaal en gemakkelijk in gebruik!
Voor alle soorten bandjes geldt: Begin met grover schuurpapier. Sluit af
met fijn schuurpapier. PU-bandjes afsluitend, zelfs tussendoor met
waterproofpapier en dus gerust ook m.b.v. water zelfs
spiegelglad polijsten is beslist de moeite waard om te doen.
Frictie: Grip
versus magneten
Navolgend zal ook
al iets duidelijker worden waarom het beter is, magneten meer als
hulpmiddel te beschouwen als dat ze werkelijk hét middel zijn. Zijn de
bandjes namelijk mooi rond geschuurd (uitgebalanceerd) dan kan téveel
magneet ook onnodige wrijving veroorzaken.
Omdat we met starre aandrijfassen rijden, moet in een bocht het
buitenste wiel altijd een grotere afstand afleggen dan het binnenste. Door
deze vaak onnodig veroorzaakte wrijving - men noemt dat frictie - zal de bochtensnelheid
dalen en zullen ook de bandjes verder opgewarmd worden dan misschien goed voor ze is
en zal naargelang de layout van de baan één bandje nog sneller slijten
dan het andere. Warmere, vooral al dunne, afgesleten bandjes neigen er toe op de velg door te slippen, in het ergste geval zelfs van de velg af te lopen.
|
Een uitzondering voor wat frictie
betreft, vormen
"Differentieels" ook wel ‘Difs’
genoemd.
Difs zorgen ervoor dat er nagenoeg geen frictie in de aandrijfas kan
ontstaan met als grote voordeel dat de bochtensnelheid behouden blijft
en het rijgedrag van de auto verbetert. Omdat
in een dif iets méér mechanische weerstand optreedt dan in een
gewoonlijke tandwieloverbrenging, zit er dit kleine nadeeltje aan.
Hiernaast een afbeelding van een Vanquish- differentieel. |
|
|
Dit ingenieuze tandwielkastje vergt echter ook iets meer onderhoud want
het is nogal gevoelig voor mechanische gebreken, vaak al veroorzaakt
door vuil of stof.
Bandjes rondschuren waardoor de auto
vooral in de
bochten minder zal stuiteren, en waardoor tandwieltjes anders soms
extreem worden belast, verbetert de werking en verlengt de levensduur
van een dif. Regelmatig schoonmaken en ’n beetje smeren draagt daar
alleen maar toe bij.
Is je dif.. en zijn de bandjes op orde, draait alles soepel en vrij
(vaak al na een poosje inrijden) dan kun je hiermee - ten opzichte van
auto’s zonder dif - leuke winst boeken.
Eenvoudig uitgedrukt is de werking van een dif als volgt: In een bocht
wordt de aandrijving naar één van de twee wielen als het ware
onderbroken waardoor het ene wiel zolang maar meedraait, totdat de
snelheid van beide weer gelijk is. In feite wordt de aandrijving per
wiel afzonderlijk ingesteld/verdeeld. Op het rechte stuk worden beide wielen dan
natuurlijk weer - zoals bij een starre as ook – evenredig verdeeld
aangedreven.
Anders als bij starre assen zijn Difs dus in staat altijd het volle
vermogen naar de wielen over te brengen. En dat resulteert in hogere
bochtsnelheden en mits alles goed werkt in een beter rijgedrag van de
auto.
TOP
Ook een gevolg van frictie is dat, naarmate er meer wrijving/frictie ontstaat
de motor
meer stroom zal gaan opnemen. De motor wordt daardoor warmer en warmer.
Hoewel vaak ongemerkt zal de motor door die warmte weer minder gaan
presteren en wordt dat nóg minder als de wrijving door de warmte in de bandjes blijft
toenemen. Dit cirkeltje gaat maar door en door totdat..
Afijn, dat het de prestaties van de auto en de levensduur van zowel bandjes als motor,
zelfs die van tandwieltjes niet ten goede
komt, zal duidelijk zijn.
Bandjes: warmte en grip
Bandjes worden samengesteld uit meerdere
componenten, waaronder weekmakers.
Of ze nu van rubber, Pu of siliconen worden gemaakt, ze worden afhankelijk van de druk (lees ook gewicht of wrijving)
die erop komt te staan, samengesteld.
Het gewicht op de band bepaalt dan ook hoe hard/zacht een band wordt
gemaakt!
Let wel, dat gewicht is bij de betere bandjes beslist minder dan de
eerder genoemde 300 gram.
Om een lang verhaal kort te maken; bij de juiste hardheid (dus gewicht
op de aandrijfas), de druk én
de snelheid waarmee die druk per omwenteling telkens weer wordt op- en
afgebouwd, ontwikkelt een (Slotrace)band de warmte die nodig is om
optimaal te kunnen presteren.
Zuiver ronde bandjes presteren dan ook juist beter omdat ze voortdurend
in contact blijven met de baan en dus ook de warmte sneller en
gelijkmatiger opbouwen dan wel teveel warmte beter en sneller aan de
baan afgeven. Band en baan vormen nu een geheel!!!
Herkenning
Bandjes herkennen is gemakkelijker dan je misschien denkt, althans
rubber van de anderen.
Rubber herken je aan het zwart afgeven op een met bijvoorbeeld
wasbenzine gedrenkt doekje.
Blijven over: PU en ook siliconenbandjes, die niet of nauwelijks afgeven.
Raadzamer is natuurlijk je bandjes naar type te sorteren of beter nog,
per setje apart te merken.
Heb je nieuwe gekocht, kun je vaak al van de gegevens op de
verpakking afleiden waarvan ze gemaakt zijn. Meestal staat er bij de
typeaanduiding de letter P of S voor resp. PU of Silconen op vermerkt.
Ook de hardheid/zachtheid, bijvoorbeeld 30A kun je hier soms op
terugvinden. De hardheid van 'n bandje wordt in “Shore” uitgedrukt. De letter A zegt alleen iets
over een hardheidsafhankelijke meetmethode, is voor ons dus verder niet
van belang.
25 Shore (A) staat zo ongeveer voor de zachtst verkrijgbare
Slotraceband. 40 Shore is zo ongeveer de hardste, nog net voor
racebaandoeleinden geschikte band.
Bandjes en
eigenschappen
We kennen dus 3 verschillende soorten bandjes: die van rubber, PU en
siliconen.
De met al zéér elastische Siliconenbandjes (b.v. Indy-Grips) worden - voor zover ons
bekend - niet zoveel gereden.
Misschien wel om praktische redenen omdat Siliconen als het eenmaal beschadigt
is, ook érg scheurgevoelig is.
Rubber (zowel massief als spons) zijn onder te verdelen in: synthetisch
en natuurlijk rubber.
Natuurlijk rubber is beduidend beter, maar is ook erg duur. Reden ook
waarom aan synthetisch rubber natuurlijk rubber wordt toegevoegd. Hoe
hoger het aandeel natuurrubber (vanaf ’n paar procent), hoe hoger de
kwaliteit van de bandjes.
Wat ‘natuurlijk’ rubber zo bijzonder maakt is dat hoe dichter bij de
bovenste temperatuurgrens aangekomen (de limit) hoe meer de moleculen
dan als het ware in elkaar grijpen, de bandjes slijtvaster worden. De
band is dan natuurlijk op z’n opperbest. Dat in tegenstelling met
bandjes van synthetisch rubber, die hoe dichter aan de limit gereden uit
elkaar beginnen te vallen (harder slijten), wat dus betekent dat juist
op het moment ze het beste zouden kunnen presteren, alweer grip
beginnen te verliezen.
Een nadeel van rubber is dat het chemisch gevoelig is. Rubber
veroudert, wordt poreus, zal dus door invloeden van buitenaf met der tijd een deel van z'n
eigenschappen verliezen.
Rubber is daarnaast niet erg zuurbestendig, lost op in thinner, maar ook in
zwakkere oplosmiddelen en zelfs in olie.
Hier komt ook het bij sommigen
welbekende ‘smeren’ van m.n. sponsbandjes vandaan om ze zachter te
maken. We gaan hier echter niet verder op in omdat het bij vele
clubs niet meer is toegestaan. Bovendien geeft het een vertekend beeld
van grip en er kleven bijna letterlijk meer nadelen dan voordelen aan.
We raden het dan ook dringend af. Denk maar aan het inrijden van de baan
als je op PU bandjes wilt overstappen en je mogelijk nog op een ruwe
baan rijdt. In die gevallen resulteert dit "smeren" dan in
'n uiterst moeizame
schoonmaakbeurt met wasbenzine o.d..
Rubber/sponsbandjes zijn zondermeer goed te noemen. Bij ideale omstandigheden zal een auto op
rubber weinig tot helemaal niet driften wat de rondetijden ten goede komt. Bij spons is
de winst nog groter. Typisch voor rubber en met name sponsbandjes is echter ook dat de auto nauwelijks aangeeft
of je nu net aan de limit... of er net overheen rijdt met als gevolg dat
de auto plotsklaps rechtdoor rijdt. Dit rechtdoor schieten is tekenend voor teveel grip, te weinig gewicht op de
vooras, dan wel teveel op de achteras.
De hardheid van rubber varieert tussen +/-
25 en 35. Sponsbandjes overigens zijn net zo hard, hoewel die ‘n stuk
zachter aanvoelen.
PU bandjes, allemaal zo
tussen de 35 en 40 Shore, zijn juist ideaal als je van
grip én van driften houdt.
De grip van PU is vergelijkbaar met rubber. Omdat PU bandjes o.h.a.
echter iets
meer gewicht op de achteras nodig hebben neigen ze - door het al dan niet
verder naar achteren gelagerde gewicht - eerder tot driften en zijn daardoor
iets langzamer.
Dat deze bandjes allemaal vrij hard zijn zegt ook iets over de
bijzondere, met al nog steeds onderschatte eigenschappen van PU.
PU
überhaupt kent vele toepassingen. De ontwikkelingen volgen elkaar in
rap tempo op, ook op Slotracegebied. Men kan er vanuit gaan dat de
nieuwe generaties PU’s straks tot nóg meer in staat zullen zijn,
misschien nog wel die van rubber zullen evenaren.
PU is ook wel bijzonder omdat het niet veroudert en nagenoeg zuur-
en oplosmiddelbestendig is. PU wordt niet plakkerig op de baan en neemt nagenoeg geen vuil en stof
op.
Dus ook om praktische redenen zijn PU bandjes een goede keuze.
Goed geschuurd, zelfs spiegelglad gepolijst (ook voorafgaand aan een
race), levert met
PU rijden niet alleen constante grip en rijplezier op, het geeft je
vooral betere controle over de auto!
Dat kan dan weer de winst zijn die je met PU ten opzichte van rubber
kunt terughalen.
Het al met al typische, bij PU horende rijgedrag wordt door vele 1/24
rijders maar ook door steeds meer 1/32 rijders (vooral door degenen die graag zonder of met
weinig magneet rijden) als zeer prettig
en realistisch ervaren.
Siliconenbandjes worden niet zoveel gereden. Anders als om eerder
genoemde praktische redenen is ons niet bekend waarom niet. Wel weten we
dat de eigenschappen van siliconenbandjes vergelijkbaar zijn met die van
PU. Ze
bieden iets minder grip, zijn daar en tegen uitermate
slijtvast. PU als ook rubber en spons hebben hier het nazien.
De meest bekende, uit
Duitsland afkomstige 1/24, maar ook 1/32 PU bandjes zijn die van Wiesel
en Orthmann. Deze onder 1/32 rijders nog niet zoveel gereden bandjes
zijn qua eigenschappen en grip van hoge kwaliteit, in afwerking echter
veelal wat minder.
Beter bekend, vaker gereden en beter afgwerkt zijn die van Slot-it. Zij hebben een aantal verschillend samengestelde PU bandjes
en ook siliconenbandjes in hun assortiment opgenomen. Ze zijn te
herkennen aan de toevoeging in de typeaanduiding: P voor PU en S voor
Siliconen.
TOP
TUNING en SET-UP: De auto
voorbereiden
Waar het bij de eerste Tuningstappen voorheen op aankwam was, iedere onbalans opsporen en
die te verwijderen. Voor- en achteras, velgen en bandjes waren de
allerbelangrijkste.
Welke voorbereidende werkzaamheden aan de auto verder nog van belang
zijn, vind je hieronder.
De handelingen die telkens terugkomen bij de Setup zijn gekenmerkt met **.
We gaan uit van de
meest gebruikelijke motoropstelling en aandrijving: achter dus.
-
Maak alles wat
los zit, maar vast hoort, goed vast.
Denk vooral aan de motor en de ophanging/bevestiging van de
aandrijfas.
Een lijmpistool, maar ook Bison Tix doet wonderen.
-
Voorkom speling
in de aandrijving. Ook zijdelingse speling in de aandrijfas tussen
lagers/busjes en velgen. Let op behoud van speling in de
tandwieloverbrenging, echter liever wat minder dan teveel.
Het beperken van zijdelingse speling maakt
dat de auto in bochten minder snel zal afschuiven, dus langer grip houdt in de
bochten.
Hoogtespeling beperken door gebruikmaking van net iets beter
passende lagerbusjes of zelfs kogellagertjes voorkomt onbalans en
vibraties.
-
** Beperking
van hoogtespeling in de vooras helpt de auto vlak, dus stabiel op de
baan te houden. Overmatige zijdelingse speling kán daarbij een voordeel
opleveren. Let echter wel dat daardoor wielen éénzijdig buiten de
Body kunnen steken. Dat is niet overal toegestaan.
-
De auto vlak/stabiel
op
de baan houden, betekent ook dat het chassis recht/vlak moet zijn.
Sommige chassis zijn wel eens iets krom. Dan kan het gebeuren dat de
auto daardoor maar door 3 of zelfs maar door 2 wielen wordt
gedragen wat het rijgedrag natuurlijk ernstig beïnvloed.
Let daarom op de bevestigingshulzen waar de schroefjes,
die het chassis met de kap verbinden in vast gedraaid zitten. Is de
kap namelijk ietwat krom... of krom geworden door door niet goed
aangedraaide schroefjes of zijn de bevestigingshulzen niet gelijk
lang, dan is
dat de oorzaak van het kromme chassis.
Meestal is het voldoende om de schroefjes goed aan te draaien of
misschien één bevestigingshulsje tot op de juiste lengte in te korten. Het chassis wordt
bij samenbouw weer rechtgetrokken.
-
Het
sleperschoentje is belangrijker dan men denkt. Dat hoort haaks onder
het chassis van de auto te staan. Door teveel speling in de
opnamebus van het schoentje kantelt het in bochten. De auto zal
daardoor sneller uit het slot glijden dan wanneer het haaks met
weinig speling eronder zit.
De opnamebus in het chassis uitboren en
daar weer een liefst metalen busje (iets wijder dan de schacht van
het schoentje dik is) inzetten beperkt kantelen en slijtage.
Alternatief: sleperschoentjes van andere merken uitproberen.
-
** Hoe dieper het
schoentje in het Slot grijpt, hoe beter!
Slijp/schuur, indien mogelijk, de
voorbandjes ietwat af. Daardoor komt ook het zwaartepunt van het
chassis nog ietsje lager te liggen. Ook de slepertjes (hoe breder, hoe
beter) zullen daardoor langer en beter contact houden met de
stroomgeleiders van de baan.
Let op: Hoogte stroomgeleiders t.o.v. de baan zijn per
racebaanmerk verschillend.
Verende sleperschoentjes kúnnen een
voordeel opleveren.
Alternatief: dieper schoentje van 'n ander merk uitproberen.
TOP
DE SET-UP: Het
prepareren van de auto op de baan
Na het voorbereidende werk kan
men aan de slag met de feitelijke Setup, ware
daar niet nog de magneet!! Die valt namelijk, afhankelijk ervan hoe men
die wil gaan gebruiken, ergens tussen Set-up en Tuning in.
Het grote voordeel van magneten was/is, de auto m.b.v. daarvan
kunstmatig te verzwaren waardoor er duidelijk meer grip ontstaat.
Daarnaast kwamen er 'n paar nadelen naar voren: het meer of
minder plotselinge gripverlies in bochten tijdens een drift en de
onnodige wrijving die met name wordt veroorzaakt door frictie in de
aandrijfas.
De kunst bestaat er nu in, de magneet efficiënt te gaan gebruiken
waardoor het gemakkelijker wordt de controle over de auto te houden, de
"Handling" van de auto te verbeteren.
Voor het rijden op rubber/sponsbandjes heb je een andere
gewichtsverdeling nodig als wanneer je op PU of siliconenbandjes gaat
rijden. Zijn de bandjes bekend waarmee gereden gaat worden dan kan de
gewichtsverdeling van de auto hierop aangepast worden door zogenaamde trimgewichten op bepaalde
plekken in de auto aan te gaan brengen, uiteraard zo laag mogelijk. Dit kan met bladlood gedaan worden of ook met
plakloodjes zoals die gebruikt worden om autowielen uit te balanceren.
Of als je met magneet
rijdt - in dat geval valt de magneet onder de Setup
- dan gaat die nu dienst doen als trimgewicht.
Tape daarvoor eerst het magneetje ergens op het chassis vast. Door naar
voren of achteren te schuiven met het magneetje na elke
testsessie kun je op die manier de beste positie voor
het magneetje bepalen. Indien toegestaan knip je daarna een stripje
(conserven)blik
uit en plakt het met Bison Tix dwars op het chassis waar eerst nog de
magneet zat. Daarop
plak je nu ook het magneetje weer vast. Heb je teveel magneet, plak er wat
dubbelzijdige tape onder (indien nodig tegen trillen fixeren) of neem
een ander, lichter magneetje.
Beter, gemakkelijker en efficiënter is het om met de magneet de baanvastheid
van de auto te verbeteren door deze naar voren tot
mogelijk kort achter het sleperschoentje te plaatsen.
De magneet valt nu onder Tuning.
Je trimt de auto verder gewoon met lood. Het schuiven met de magneet
vervalt.
De auto op deze manier afgesteld houdt de auto onder alle omstandigheden beter
in het Slot en zorgt evengoed nog voor wat neerwaartse druk, die
nu echter véél constanter is.
Bijkomend voordeel: het wordt 'n stuk gemakkelijker en het werkt sneller
als je de auto later op een andere baan en/of bandjes moet gaan afstellen.
Let wel, hoe meer magneetwerking op de vooras, hoe belangrijker en
nauwkeuriger de hoogte-instelling tussen voorwielen en baan ten opzichte
van het sleperschoentje en stroomgeleiders wordt. Raken de voorwielen de
baan zelfs helemaal niet, dan rolt de auto natuurlijk minder, slijten de slepertjes overmatig en/of gaan ze met
meer vuil
dichtzitten, wat weer contactproblemen veroorzaakt.
-
Rubberbandjes
(natuurlijk en synthetisch, massief en spons)
Het gewicht in de auto vanaf het midden (neutraal) tot voorin
aanbrengen.
Sponsbandjes vereisen meer gewicht op de vooras dan massief rubberen
bandjes.
Teveel gewicht op de achteras herken je gemakkelijk aan kantelen of
rechtdoor schieten in een bocht, te weinig uiteraard aan driften.
- PU
en siliconenbandjes
Het gewicht in de auto vanaf het midden (neutraal) tot achterin
aanbrengen.
PU en siliconen vereist dus juist méér gewicht op de achteras.
Te weinig gewicht op de achteras resulteert al snel in driften
(weinig grip).
Teveel gewicht herken je wanneer de auto wat men noemt "soms heftig
met z'n kont gaat zwaaien", meestal al bij het ingaan van
een bocht. Mits je natuurlijk niet té snel de bocht bent ingereden
zal de auto zich na zo'n zwaai vanzelf weer vangen.
Bij de juiste gewichtsverdeling zal de auto minder, beheerst en gelijkmatig
driften. Een goed geprepareerde auto op fris gepolijste bandjes zou
zelfs eens tot kantelen kunnen neigen. Zie dat dan, anders als bij rubber, als teken van optimale grip.
- Voorbandjes
De voorbandjes m.b.v. secondelijm of nagellak gladder maken,
vermindert frictie en de schuifweerstand tijdens driften, zelfs nog bij onafhankelijk draaiende voorwielen.
Alternatief: zogenaamde "zero-grip" bandjes gebruiken.
De Setup van een auto
op PU lijkt moeilijker onder de knie te krijgen
dan met rubber. Toch is dat niet zo! De auto op rubber tekent namelijk veel
minder dan de auto op PU. Dit wil zeggen dat het rijgedrag van een auto op
PU veel beter voorspelbaar is, beter leesbaar is. De auto op rubber is
veel minder leesbaar, is soms zelfs onberekenbaar: 10 bochten gaat het
goed, de 11e keer gaat het onverklaarbaar fout, althans daar lijkt het
dan op.
Voor het trimmen van een auto op zowel rubber als PU geldt uiteindelijk:
Er is nog geen meester uit de hemel komen vallen. Kortom, oefening baart
kunst!
TOP
TUNING en TIPS: Verwarring
en overlap:
Bij tunen wordt al snel
aan opvoeren van motoren gedacht of aan onderdelen die de auto
sneller maken. Terecht of onterecht, Tunen is natuurlijk verre van
dat!
Letterlijk vertaald betekent "Tunen":
afstemmen, instellen of afstellen.
Iets wat we dus al hebben gehad, zou je zeggen!?
Inderdaad, maar moeten we nu nog een laatste onderscheid maken tussen:
"band en baan" afhankelijke afstellingen en onafhankelijke
instellingen.
De Set-up moeten we dus zien als een reeks "baan en band" afhankelijke
instellingen/afstellingen van de auto. Ze komen telkens weer terug zodra we van baan of bandjes wisselen.
Tunen
daar en tegen staat op zichzelf, is nergens van afhankelijk en heeft dus
enkel en alleen met de Performance van de auto te maken. Je
kunt met Tuning dan ook zover gaan als je maar wilt. Maar of het altijd
loont, dat is natuurlijk de vraag?!
Tuningonderdelen dragen met name bij aan de verduurzaming van de auto. En dat kan
zeer interessant zijn, vooral als je bijvoorbeeld aan Endurance-races
deelneemt. Ze kunnen zo ook de laatste
schakel vormen om van je auto uit de doos een
echte baanbreker te maken.
Tuningonderdelen zijn te vinden in de goed gesorteerde Slotracewinkels.
Geen winkel in de buurt? Geen probleem want het aanbod op Internet is
nog groter!
De meest bekende merken die bekend staan om kwalitatief
hoogwaardige Tuningonderdelen zijn o.a.: Slot-it,
NSR,
MB-Slot en
BRM. (Link NSR: zie menu
"prodotti NSR")
Al zulke onderdelen worden met zeer hoge precisie gemaakt en waardoor er
dus ook een
aardig prijskaartje aan kan hangen.
Overweeg daarom altijd goed wat je wil. Het kan anders al snel
meer gaan kosten dan een complete auto. Reden ook waarom we
eerder al op kwalitatief betere, in technisch opzicht verder doorontwikkelde auto's hebben gewezen.
Het begint met losse asjes, velgen, tandwieltjes, pions, afstandsbusjes,
slepertjes en schoentjes of zelfs samengestelde op elkaar afgestemde
Tuningsetjes. Het gaat langs precisie bronzen glijdlagertjes en zeer
hoogwaardige kogellagertjes tot zelfs zeer speciale samen te stellen
chassis, die zelfs magnetische vering mogelijk maken. Er is kortom
teveel om op te noemen en teveel om specifiek op in te gaan.
Wat echter ook onder Tuning valt, wat héél veel winst oplevert en
vrijwel gratis is, is het zwaartepunt van de auto omlaag brengen!
-
Soms is het
mogelijk om onder de ophanging van de voorwielen kleine stripjes te
plaatsen waardoor de as hoger komt te zitten, de auto dus lager komt te
liggen. Gaat dat niet dan kunnen de voorbandjes altijd nog tot op
een kleiner formaat afgeschuurd worden. Je aandacht dient
eventueel nog naar het sleperschoentje uit te gaan.
-
Hetzelfde, echter
maar beperkt, is mogelijk met de ophanging van de aandrijfas.
Leg daarvoor één of meerdere dunne koperen draadjes o.d. over de
volle lengte, dwars in de Brackets van de ophanging (waar anders dus
de (glijd)lagertjes met as in vastgeklikt worden). Breng in de Brackets wat lijm uit de lijmpistool aan of Bison-Tix. Klik daarna
de aandrijfas daarin vast. Knip tussen de Brackets de draadjes en de
uitstekende draadeinden weg.
Dit met voorzichtigheid te genieten
klusje kan je tot zelfs 'n paar tiende millimeters opleveren. Maar overdrijf dit
niet,
vooral niet bij auto's met motoren in Inliner opstelling (in de
lengterichting van de auto geplaatste motoren): De pion op de motor
en kroontandwiel op de aandrijfas dienen op een redelijke gelijke hoogte te
blijven liggen. Je zou anders namelijk ook de motor verder omhoog
moeten zetten, maar heeft dat dan weer op het zwaartepunt gelet een
averechtse werking. Dan liever alleen de bandjes afschuren waardoor
het chassis zakt.
-
Een kap kan
uitgeslepen worden. Alles wat maar overtollig is en in een
denkbeeldige lijn hoger ligt dan het midden van de asjes, kan met
behulp van een freesmachientje (Dremel b.v.) uitgeslepen worden.
Let wel op de algehele stabiliteit van de auto.
Ook zijn er lichtere, zogenaamde Lexan kunststoffen interieurtjes te
koop, die je wel zelf nog moet afmaken. Zulke klusjes met oog voor
detail en geduld gedaan kunnen soms aanzienlijke gewichtsbesparingen
opleveren.
Wanneer
er een minimum carrosseriegewicht wordt voorgeschreven, kunnen al deze
gewichtbesparingen benut worden door zo laag mogelijk en gelijkmatig aan
beide zijkanten van de kap lood te plakken. Dit lood is beslist geen
nadeel want het verhoogt de baanvastheid van de auto.
-
Het nut van de
magneet komt telkens weer terug, nu ook weer in een andere vorm.
De extra grip die een magneet de auto oplevert is op het rechte
stuk eigenlijk nutteloos. In bochten, daar waar we hem dus het hardst
nodig hebben, laat die het wel eens afweten. Daarvoor in
de plaats kan men dus net zo goed wat lood plakken!
Niets tegen magneten, maar waar het om gaat is, dat men in
racebaanland wel eens wat té bevreesd is om wat extra lood in het
chassis te plakken hoewel men er toch, vergelijkbaar met magneten,
ook voordeel mee kan behalen.
Natuurlijk is het zo dat lood ballast/gewicht is die in beweging
gebracht moet worden dan wel geremd moet worden en in bochten het
liefste rechtdoor wil. Bij magneten is dat niet het geval, gaat het
daar immers om de trekkracht van de magneet en niet om gewicht en
middelpuntvliedende krachten. Toch kan lood, mits niet overdreven,
aanzienlijk bijdragen aan een betere wegligging van de auto. Breng
daarvoor lood neutraal, zo goed mogelijk verdeeld op het chassis aan.
Als laatste nog de carrosserie.
Wedstrijdauto's rijden ook wel vaker met een losse kap zoals men dat
noemt. Wat hier gedaan wordt is, de kap speling op het chassis geven
door de bevestigingsschroefjes wat te lossen. Door de kap a.h.w. los te
koppelen van het chassis, bewerkstelligt men dat eventuele vibraties als
gevolg van bijvoorbeeld stuiterend driften in de kap gecompenseerd of
opgevangen worden. Onbalans wordt dus niet via het chassis naar de kap
doorgegeven, maar wordt onderbroken.
Mits correct afgesteld levert dit loskoppelen meer grip op en een
gelijkmatiger rijgedrag.
Word vervolgd.
TOP
|
Home
| Racebaanpraatje | Testbank
| Verzamelen | Sitemap
| Mail
Laatste Update 4 februari 2006 - Copyright
racebaan.com
|
|